skip to Main Content



De stijl van Italianen is een tikkeltje cliché geworden. Als Bert van Marwijk begint te vertellen over de halve finale van de UEFA Cup in 2002 tegen Inter, vertelt hij al jaren precies dezelfde anekdote. Ik kan ‘m dromen inmiddels; Toen de spelers van Feyenoord het veld gingen inspecteren in San Siro, anderhalf uur voor de wedstrijd, deden ze dat in een soort gare campingsmoking. Paultje Bosvelt had de handen losjes in de broek van zijn Kappa-trainingspak. In zijn nek: een nattig, Overijssels matje, model 1987. Edwin Zoetebier droeg niet alleen slippers onder zijn oerlelijke Kappa-kloffie, maar ook nog een witte Volendamse coltrui. Mario Been? Een enorme, veel te grote Kappa-coachjas met zo’n ceintuur. Als iemand had gezegd dat Barendrecht 7 hier een weekendje op pad was, dan hadden de officials van de UEFA het ook geloofd.

En toen gebeurde het. Toen kwam de tegenstander aanlopen. 22 strak gecoiffeerde mannen, de baardjes getrimd, zonnebrillen op (de zon scheen uiteraard niet eens) en allemaal gehuld in diepzwarte pakken van Dolce & Gabbana. Nonchalant droegen ze zo’n Louis Vuitton-toilettasje op de heupen, lang voordat onze hangjongeren dat gingen doen. Paraderend liepen ze voorbij. Het leek wel een film. Maar u raadt het al: Feyenoord won. De vechtmachine van Van Marwijk was totaal niet onder de indruk van de Italiaanse modemannetjes. Sterker nog: het motiveerde de Feyenoorders alleen maar. 0-1 werd het. Houdoe en bedankt.

Toch moeten we het eerlijk toegeven: Italianen zien er beter uit dan wij. Ze dragen niet alleen betere pakken, maar ook betere zonnebrillen, en zelfs betere voetbalshirts.

Voor voetbalshirtjesfetisjisten is er nooit een betere tijd geweest dan de Italiaanse jaren ’80. De jaren ’70 waren katoen, simpel, kaal. In heel Europa waren shirts in grote lijnen hetzelfde. Voetbalshirts werden pas modegevoelig in het decennium daarna.
In het seizoen 1979/1980 had AS Roma voor het eerst shirtjes van Pouchain Sportswear, meer een modemerk dan een sportmerk. Kijk dit uitshirtje van Bruno Conti. De trainingspakken van Pouchain waren nog mooier, nog stijlvoller. Dit is niet alleen mooi omdat het retro is. Dit is mode. (lees verder onder de foto)

Bruno Conti in AS Roma uitshirt

En toen was daar Ennerre. Een sportmerk waarvan ik als jongetje alleen het logo kende: een gestileerde N en een R, refererend aan de naam van de oprichter: Nicola Raccuglia. Hoe je het moest uitpreken: geen idee. Ennerre was nergens in Nederland te koop. Het was een vrij klein Italiaanse sportartikelenfabriekje, een soort Quick of Rucanor, maar dan anders. Het verschil met al die andere merken: Ennerre maakte de mooiste shirts ter wereld.

Stijl gingen ver boven functionaliteit. Niks ademende hydraterende multipolygoon v24-polyester met vleugeltjes. Shirts van Ennerre werden van een ouderwets, dikkig soort wol gemaakt. Voetballers zweetten zich er kapot in. De stof ademde niet eens een beetje, maar wat geeft het.
Sampdoria, AS Roma, Fiorentina, Lazio, Bologna, AC Milan en Palermo: ze zagen er nooit zo goddelijk uit als in Ennerre. Zelfs Liam Brady leek wel een stijlicoon in het briljante Phonola-shirt van Sampdoria. Of wat te denken van Socrates en Giancarlo Antognoni in het Ennerre-shirt van Fiorentina. AS Roma met Barilla, een pasta-merk nota bene.

En niet alleen de shirts waren mooi, de trainingspakken of keepershirts van Ennerre: pure porno.

Dit is het eerste deel van de voetbalmonoloog die Sjoerd Mossou onlangs gaf tijdens het Total Footbal Festival over Italiaanse voetbalmode. Heb je ook een verhaal over sportmode? Neem dan contact met ons op.

Ennerre shirts

 

Facebook Comments

Studio Retro

Studio Retro is een initiatief van Gogme United, Rodzooi en MotherSoccer. Doel van deze site is om mooie verhalen te combineren met nieuws over retro sportkleding, toffe accessoires en nog veel meer...

Back To Top